Artikelen

Een verhaal over afscheid, verbinding en anders vasthouden
Gisteren had de dag een zachte rand van weemoed.
Ik vertrok uit Wigtown, op weg naar Oban, nieuwsgierig naar wat komen gaat, met dat andere gevoel ernaast.
Het gevoel dat zich moeilijk laat benoemen, maar dat altijd verschijnt wanneer ik een plek verlaat waar ik mij even thuis heb gevoeld.
Afscheid nemen heeft mij altijd geraakt.
Niet alleen om wat voorbij is, maar om wat ik er achterlaat: een stukje van mijzelf dat zich heeft verbonden aan een plek.
Ik had dat als kind al. Ik herinner me het jaar dat we in de zomer een week naar Noordwijk gingen, naar hotel Waikiki.
We woonden in Arnhem en we hadden het niet breed. Juist daarom voelde die ene vakantieweek als iets heel bijzonders.
We gingen met de hele familie van mijn vaders kant: mijn opa en oma, tante Willy en oom Wiecher, en wij – mijn vader, moeder, mijn broer en ik.
Ik herinner me de kleine dingen: elke dag een flesje Fanta aan de bar, het strand, friet en ijsjes, het geluid van stemmen op het terras in de avond.
Niets bijzonders, en juist daarom zo bijzonder. Het was een week waarin alles eenvoudig was en het leven overzichtelijk leek.
Alsof geluk vooral zat in samen aan een tafel zitten en herinneringen maken.
Eenmaal thuis heb ik een hele dag op mijn bed liggen huilen.
Niet alleen omdat de vakantie voorbij was, maar omdat ik terug wilde naar dat gevoel.
Het gevoel dat de wereld even klopte. Dat je ergens bij hoorde zonder dat je daar iets voor hoefde te doen.
Dat gevoel herken ik nog steeds, telkens wanneer ik op een plek ben waar iets van verbinding ontstaat.
Met mensen, met een omgeving, met een ritme dat langzaam vertrouwd begint te voelen.
Wigtown is zo’n plek.
Misschien komt het door de boekwinkels, door de gesprekken die als vanzelf ontstaan tussen de kasten en de stapels boeken. Of komt het door de mensen die hier niet alleen wonen, maar hier ook bewust lijken te zijn gaan leven.
Joyce en haar man Ian, van The Old Bank Bookshop, zijn zulke mensen. Hun winkel is niet alleen een winkel, maar een plek waar muziek klinkt,
waar geschreven wordt, waar mensen samenkomen. Alsof verhalen daar niet alleen in boeken zitten, maar ook gewoon aan de tafel in de boekwinkel kunnen ontstaan.
En dan is er Ruth, van The Well-Read Bookshop.
Ze werkte jarenlang als rechter in Schotland en keerde na haar pensionering terug naar Wigtown.
Haar kinderen wonen verspreid over de wereld, ze heeft geen partner. Wat ga je dan doen met de tijd die voor je ligt, vroeg ze zichzelf af.
Ze wilde zich nuttig voelen, zei ze, en zinvol. En dus begon ze een boekwinkel. Niet uit economische noodzaak,
maar uit verlangen om ergens bij te horen, om onderdeel te zijn van een gemeenschap, om een plek te hebben in het dagelijks leven van een dorp.
En Ann, van de charity shop, misschien wel het hart van Wigtown.
Iedereen kent de charity shop. Inwoners, tijdelijke inwoners en passanten – allemaal komen ze er.
Niet alleen om iets te kopen, maar ook om elkaar te ontmoeten.
In deze winkel, met een jaarlijkse opbrengst van zo’n 100.000 pond, gebeurt iets bijzonders.
Twee keer per jaar wordt de opbrengst verdeeld onder lokale verenigingen en initiatieven.
Wat zich hier afspeelt, laat zich moeilijk in cijfers uitdrukken.
De winkel houdt, samen met anderen, het sociale hart van het dorp in stand.
Hoe langer ik in Wigtown was, hoe meer ik begon te begrijpen dat het niet alleen een stad van boeken is, maar een stad van mensen die, ieder op hun eigen manier, betekenis proberen te geven aan hun tijd, hun werk, hun leven – en aan hun stad.
Misschien raakt dat me.
Omdat het laat zien dat ergens bij horen niet vanzelf ontstaat, maar iets is wat mensen zelf maken.
Door een winkel te beginnen. Door muziek te maken. Door een charity shop te runnen.
Door simpelweg aanwezig te zijn en je te verbinden aan een plek en aan andere mensen.
Wellicht is dat ook de reden waarom verlies en afscheid nemen mij zo fascineert.
Omdat afscheid zelden alleen gaat over weggaan.
Het gaat over je verbinden, over ergens bij horen, over betekenis geven – en over wat er gebeurt wanneer dat verandert.
En dat is wat levend verlies in wezen is:
niet loslaten, maar leren hoe je iets op een andere manier met je meedraagt.

“In Wigtown draagt elke straat een verhaal en opent elke boekwinkel een nieuwe wereld.”
Sommige verhalen gaan over verlies. Andere over veerkracht. Het verhaal van Wigtown gaat over allebei.
Wigtown is een klein stadje in het zuidwesten van Schotland, gelegen aan de rand van Wigtown Bay. Het kent een rijke geschiedenis en veranderde in de loop der eeuwen meer dan eens van rol: van religieus centrum naar handelsplaats, van bijna vergeten dorp tot wat het nu is: de nationale boekenstad van Schotland. Jaarlijks vindt hier een tiendaags boekenfestival plaats, waar tienduizenden bezoekers uit Schotland en Engeland op afkomen om zich onder te dompelen in boeken, literatuur en ontmoetingen met schrijvers.
Wigtown telt ongeveer 850 inwoners. Het stadje wordt gedomineerd door het stadhuis, gebouwd in neogotische stijl: een markant gebouw dat al eeuwenlang waakt over het plein in het hart van Wigtown.
Ik verblijf zes dagen in Wigtown om samen met vriendin en medeschrijfster Ansje Visser The Open Book te runnen.
The Open Book is een van de tientallen boekwinkels die in Wigtown gevestigd zijn. Boven de winkel bevindt zich een klein maar sfeervol appartement. Voor een paar dagen runnen wij de boekhandel en wonen we erboven. Het is een geliefde plek. Ansje heeft ruim tweeënhalf jaar geleden geboekt om nu de boekwinkel te kunnen runnen. De opbrengsten van de B&B en de verkoop van de boeken komen volledig ten goede aan het boekenfestival.
De inwoners zijn eraan gewend dat er wekelijks nieuwe mensen komen om de boekhandel te runnen. Zelfs na tien jaar wordt iedere nieuwe gast nog altijd warm en gastvrij ontvangen. Zo ook wij. Joyce, zelf eigenares van een boekwinkel in het stadje, komt ons begroeten en ons wegwijs maken in de winkel. Ook kondigt zij ons verblijf aan op de Facebookpagina van Wigtown. Dat merken we direct. Als we de volgende dag wat plaatsen in de omgeving bezoeken, worden we herkend. Ja, iedereen kent elkaar hier.
Op mijn vraag hoe al die boekwinkels in dit deel van Schotland kunnen bestaan, neemt Joyce ons mee in de geschiedenis van Wigtown. Een geschiedenis die wordt gekenmerkt door verlies, maar nog meer door de veerkracht van haar bewoners.
Joyce vertelt:
“Ik ben opgegroeid in de omgeving van Wigtown. Later verhuisde ik voor mijn studie en werk naar Edinburgh. In Wigtown en omgeving kon je nog net de middelbare school volgen. Een boekwinkel was er niet, en in die tijd kon je boeken natuurlijk nog niet online bestellen. Als ik een boek wilde, moest ik naar de dichtstbijzijnde stad: Dumfries.
Je moet weten dat ik van jongs af aan al hield van lezen, van boeken, van literatuur en poëzie. Het is dan ook niet vreemd dat ik literatuur ben gaan studeren. Daarvoor moest ik naar Edinburgh. Als meisje van het platteland ging daar een wereld voor mij open en na mijn studie besloot ik niet terug te keren. Er was in Wigtown geen werk voor mij te vinden.
Ik heb op veel plekken in de wereld gewoond en gewerkt. Daardoor ontwikkelde ik een grote belangstelling voor diversiteit en verschillende culturen. Met mijn toenmalige partner heb ik tien jaar op de Comoren gewoond. Nadat onze relatie eindigde, keerde ik terug naar Schotland, opnieuw naar Edinburgh. Daar ontmoette ik mijn huidige partner Ian. We hadden allebei een goede baan.
Op een dag belde mijn vader. Hij vertelde dat er in Wigtown een boekwinkel was geopend door Sir John, een eigenzinnige Londenaar.”
Deze zin van Joyce blijft even in de lucht hangen, alsof daarin het begin van een nieuw hoofdstuk besloten ligt. Alsof één telefoontje soms genoeg kan zijn om iets in beweging te zetten. Voor een dorp. Voor een gemeenschap. Voor een leven.
Dat telefoontje kwam op een moment dat Joyce en Ian op een keerpunt in hun leven stonden. Ze waren moe van het stadsleven, van het harde werken en van het gevoel altijd tijd tekort te komen. De eerste signalen van lichamelijke overbelasting dienden zich al aan.
Joyce keerde samen met Ian terug naar haar roots. Daar trof ze een groep inwoners die vastbesloten was hun geliefde dorp nieuw leven in te blazen. Een dorp waar weinig toekomst leek voor jongeren en dat langzaam dreigde te verdwijnen.
In diezelfde periode verscheen er een oproep van de Schotse overheid. Dorpen en steden konden zich aanmelden voor de titel Boekenstad van Schotland. Samen met John, de eigenzinnige Londenaar, en een aantal zeer betrokken inwoners werd een plan gemaakt. Het dorp leende zich met zijn centrale plein en historische panden uitstekend voor een boekenstad.
En zo geschiedde.
Wigtown werd gekozen. Met steun van de overheid werden panden omgetoverd tot boekwinkels. Niet veel later ontstond het plan voor een boekenfestival. Wat begon als een klein tweedaags evenement groeide uit tot een tiendaags festival dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt.
In Wigtown is de gemeenschapszin duidelijk voelbaar. Iedereen kent elkaar en staat voor elkaar klaar. Ik sprak ook een Nederlands echtpaar dat zich na hun pensionering in deze omgeving heeft gevestigd, mede vanwege de sterke verbondenheid die hier voelbaar is.
Zoals Ans en Fred ons vertelden: hier heeft men elkaar nodig. Er is weinig. In deze streek is nog steeds armoede. Werkgelegenheid is schaars en voorzieningen zijn beperkt. Juist in die omstandigheden ontstaat iets anders: veerkracht en creativiteit.
Voor mij vertelt Wigtown een groter verhaal. Niet alleen over een dorp dat zijn identiteit dreigde te verliezen, maar over wat er kan ontstaan wanneer mensen besluiten het tij samen te keren.
In mijn werk rondom levend verlies zie ik vaak hoe mensen opnieuw leren omgaan met hun leven wanneer er iets ingrijpend verandert. Wanneer verwachtingen, rollen of toekomstbeelden verschuiven. Het oude verhaal blijft deel van hun leven, maar langzaam ontstaat er ruimte voor een nieuw hoofdstuk.
Wigtown laat zien dat dat niet alleen voor mensen geldt, maar ook voor een gemeenschap.
Hier werd verlies geen eindpunt, maar het begin van een nieuw verhaal. Geschreven door mensen die bleven geloven in hun dorp — en in elkaar.
In Wigtown liggen die verhalen niet alleen in de boekwinkels. Ze worden er nog elke dag geschreven.

Anna is eind vijftig wanneer haar leven plotseling een andere wending neemt.
Tot dat moment staat ze midden in het leven. Ze werkt, heeft collega’s, een partner, vrienden. Haar dagen hebben ritme en betekenis.
Na een bedrijfsongeval houdt ze niet-aangeboren hersenletsel over. Wat volgt is geen kort herstel, maar een langdurig en complex proces van verlies. Geen verlies van een persoon, maar van mogelijkheden. Van vanzelfsprekendheid. Van wie ze was.
Van wie ze was, werd haar vooral duidelijk in de kleine, alledaagse dingen.
Naast het wegvallen van haar werk merkte Anna hoe haar leven ook privé steeds kleiner werd. Dingen die eerst vanzelfsprekend waren als uiteten gaan, op reis gaan, een stad bezoeken, zijn bijna niet meer mogelijk. Prikkels komen ongefilterd binnen. Geluiden, bewegingen en indrukken stapelen zich op. Ze herinnert zich een reis naar Parijs, enkele jaren geleden. Midden in een drukke metro raakte ze volledig overweldigd en barstte in huilen uit. Dat moment maakte haar duidelijk: een hectische stad is te veel.
Ze zegt: ‘Aan de buitenkant zie je niets. Vanbinnen voelt het alsof alles in stukjes ligt.’
Rouw wordt vaak gekoppeld aan overlijden. Rouw ontstaat ook wanneer het leven dat je kende niet meer terugkomt. Wanneer werken niet meer lukt. Wanneer prikkels te veel worden. Wanneer je steeds opnieuw moet afwegen wat nog kan — en wat niet.
Juist in deze vorm van langdurige, complexe rouw ontstaat vaak eenzaamheid.
Eenzaamheid zonder lege agenda
Eenzaamheid wordt gemakkelijk verward met alleen zijn. Anna heeft mensen om zich heen. Toch voelt ze zich geregeld eenzaam. Niet omdat er niemand is, maar omdat niemand werkelijk kan meekomen in wat zij verloren heeft. Haar werk viel weg. Daarmee verdween ook een belangrijk deel van haar identiteit. Vriendschappen veranderden. Sommige mensen raakten langzaam op afstand. Niet uit onwil, maar uit onvermogen.
‘Ze begrijpen het niet’, zegt ze, ‘en ik wil het niet steeds opnieuw uitleggen’.
Wanneer de wereld kleiner wordt
Bij complexe rouw is er geen duidelijk einde. Het verlies blijft aanwezig en beweegt mee met het leven. De buitenwereld gaat door, vaak in een tempo dat niet meer aansluit. Dat verschil creëert afstand. Anna voelt zich niet langer vanzelfsprekend onderdeel van het geheel. Haar wereld wordt kleiner, stiller. Niet vanuit keuze — het leven dwingt haar daartoe.
Aanpassen om overeind te blijven
Wat opvalt, is hoe intens mensen als Anna werken aan aanpassing. Ze leren hun grenzen kennen, bouwen hun leven opnieuw op, zoeken naar nieuwe vormen van betekenis.
Die voortdurende aanpassing is nodig maar kent ook een keerzijde. Niet meer uit eten gaan. Drukke plekken vermijden. Spontaniteit verruilen voor voorspelbaarheid. Het leven wordt overzichtelijker en tegelijkertijd stiller.
Eenzaamheid gaat hier niet over het ontbreken van mensen. Het gaat over het gemis aan gezien worden zoals je bent. Aan iemand die herkent wat er allemaal is weggevallen, zonder dat dit telkens benoemd hoeft te worden.
Wat kan helpend zijn?
Niet elke eenzaamheid vraagt om een oplossing. Soms vraagt ze om ruimte en erkenning.
Wat steun kan bieden:
Een plek waar het verhaal mag blijven bestaan
Contact met mensen die iets soortgelijks meemaken
Erkenning dat dit óók rouw is
Mildheid voor jezelf wanneer sociale energie beperkt is
Het draait zelden om meer contacten. Het draait om nabijheid die klopt.
Tot slot
Anna schrijft gedichten. Ze breit. Ze fietst. Niet om de eenzaamheid te laten verdwijnen, om zichzelf niet kwijt te raken.
Ze zegt: ‘Ik vertrouw steeds meer op mijn gevoel. Dat geeft me houvast.’
Misschien is dát wat verschil maakt - dat iemand naast je blijft staan en zegt: ‘Je hoeft het niet uit te leggen. Het mag er zijn.’
Naam gefingeerd in verband met privacy.
Over de auteur:
Ellis Middelhuis (1965) is coach in rouw en verlies en schrijver. Vanuit haar eigen ervaringen met verlies en haar jarenlange werk in de zorg en mantelzorgondersteuning richt zij zich op het thema levend verlies – het voortdurende rouwproces dat ontstaat door ziekte en beperkingen.
Met haar bedrijf Buro Ellis & Co (www.ellisenco.nl) begeleidt zij mensen en organisaties rondom verlies, veerkracht en zingeving. Daarnaast is zij werkzaam als coördinator van een expertisenetwerk dementie in Amsterdam, waar zij verbindingen legt tussen professionals, mantelzorgers en organisaties.
In 2024 verscheen haar eerste boek Mensen met Lef – verhalen over levend verlies en veerkracht. Met haar nieuwste boek Jongdementie. Verhalen over liefde, verlies en veerkracht geeft zij opnieuw een stem aan mensen die leven met verlies: dit keer aan gezinnen en naasten die worden geraakt door jong dementie.
* Dit artikel is geschreven voor en gepubliceerd op www.rouwinformatie.nl



stuur door
website maken